7 juni 2019

Intimiteit – Paul Verhaege ★★★★

Door Tabitha

Lees deze en andere boekrecensies op mijn Goodreads pagina

Waardering: 4 uit 5.

BOEK VAN HET JAAR

Fascinerend boek waarin Paul Verhaeghe de vinger op de huidige plek weet te leggen wat betreft (het onvermogen tot) intimiteit in de huidige samenleving.
Intimiteit gaat niet in de eerste plaats over iets tussen twee mensen, maar over een gezonde verhouding met mijzelf. Verhaeghe laat zien dat de basis hiervoor al vroeg gelegd wordt en bijvoorbeeld het spiegelstadium bepalend is voor de ontwikkeling van een baby. Op intrigerende wijze maakt hij duidelijk hoe een gezonde verhouding met jezelf samenhangt met de huidige beeldcultuur, met identiteit, de verplichting tot genot en de opvatting van wat een goed leven is. Het werkt allemaal op elkaar in en is erg herkenbaar voor mij als lezer. Verhaeghe verwijst naar interessante onderzoeken en er was bijna teveel interessants om te onderstrepen. Dit boek heeft me gegrepen en met een nieuwe blik naar mezelf en de wereld om me heen doen kijken. Dat het een aanrader is, is dan ook een understatement.

Het klinkt tegenstrijdig: om samen met anderen te kunnen zijn, moet ik eerst alleen met mezelf kunnen zijn. Om intiem te kunnen zijn met iemand anders, moet ik eerst de stilte toelaten om te horen wat er komt, over mijn angsten en verlangens, mijn kwaadheid en verveling, mijn pijn en mijn genot. Een intieme conversatie met mezelf opent een mogelijkheid tot conversatie en intimiteit met iemand anders. Een pas gevormd koppel komt tijd tekort om te praten. Een koppel dat jarenlang samen is, kan genieten van stilte; de intimiteit is er.

Paul Verhaeghe in Intimiteit, p. 304
Niet te missen quotes:

“Met een selfie – o ironie – probeer ik zo goed mogelijk te beantwoorden aan de verwachting die ik bij anderen leg. Dat lukt nooit helemaal. Nooit voldoet het beeld aan het ideaal.” (p. 46)

“Zo perfect mogelijk beantwoorden aan het verwachte beeld: dat is hét probleem bnnen de nieuwe invulling van onze immer verdeelde identiteit. Je moet meer inspanningen leveren, er zit méér in jou. Mijn lichaam en mijn persoon zijn voor verbetering vatbaar.” (p. 131)

“In het huidige tijdperk zijn we niet afgestemd op ons lichaam omdat we het in een perfecte pasvorm moeten duwen. In beide gevallen is het gebrek aan afstemming een factor die ernstig bijdraagt aan ziekte en psychologische problemen.” (p. 133)

“We krijgen van kindsbeen af te horen dat we moeten slagen en dat succes afhangt van onze eigen ‘keuze’ en bijgevolg onze verantwoordelijkheid is De keerzijde van het idee dat succes een keuze is en perfectie, mits de nodige inspanningen worden geleverd, binnen handbereik ligt, is voorspelbaar: angst (ik voldoe niet) en depressie (ik kan het niet), meteen de belangrijkste stemmingsstoornissen van onze tijd.” (p. 135)

“In de huidige tijd is iedereen potentieel depressief, omdat niemand altijd aan het heersende ideaal kan beantwoorden.” (p. 135)

“We blijven zoeken naar iets of iemand die ons de illusie van volledigheid kan bieden. Daarbij moeten we de ander wel overmatig idealiseren, want niemand is in staat ons gemis op te vullen. Met als gevolg dat we de ideale man of vrouw op een voetstuk plaatsen. Wanneer hij of zij op ons verlangen ingaat, is het slechts een kwestie van tijd vooraleer het ideale beeld vals blijkt te zijn. Waarna de slechte kant van idealisatie zichtbaar wordt. De bewierookte ander moet het ideaal waarmaken; doet hij dat niet, dan rekenen we hem daarop af.” (p. 144)

“Genot veronderstelt dat het Ik de touwtjes uit handen geeft en verdwijnt in een activiteit waarbij het lichaam het overneemt. Angst voor controleverlies betekent dat ik bang ben om te verdwijnen. […] Vreemd hoe een vergelijkbare ervaring – het verdwijnen van het Ik – aan de basis ligt van angst én genot.” (p. 165)

“Op maatschappelijk vlak is de maatstaf vrij duidelijk: een ideaal leven is een succesvol leven. Drie generaties terug was dat nog een vroom leven. […] Bij het succesvolle leven is genieten een bewijs van succes, dat bovendien zo veel mogelijk getoond moet worden.” (p. 168)

“Mijn identiteit wordt voor een groot deel ingevuld door de verwachtingen van anderen en de bijbehorende voorgehouden beelden waarmee ik mij identificeer of waartegen ik mij afzet. Hiermee begrijp ik identiteit als de wijze waarop ik me verhoud tegenover belangrijke anderen, maar ook en vooral als de wijze waarop ik me verhoud tegenover de andere die ik voor mezelf ben. En dus tegenover mijn lichaam. ‘Je est un Autre’, zoals Rimbaud al wist.” (p. 194)

“Honderd jaar geleden liet Lewis Caroll in ‘De avonturen van Alice in Spiegelland’ de Rode Koningin uitleggen aan Alice: “Hier moet je zo hard rennen als je kunt om op dezelfde plek te blijven. En als je ergens anders wilt komen, moet je nog minstens twee keer zo hard rennen.”” (p. 211)

“De nieuwe onvrijheid is de verplichting tot concurrentie, ook met onszelf, en tot pleonexia, de noodzaak om van alles steeds meer te hebben.” (p. 231)

“Juist omdat ik geen man of vrouw uit één stuk ben, kan ik aan zelfreflectie doen. Ik denk na over mijzelf, praat met mijzelf, kijk naar mijzelf en leer op die manier de verschillende delen kennen waaruit ik samengesteld ben. Zelfreflectie is nodig voor zelfkennis, waarna de weg naar zelfbeheersing en zelfzorg opent.” (p. 251)

“Stilte staat ons toe te luisteren naar eigen sensaties, zowel gedachten als gevoelens, zonder afgeleid te worden door de luidruchtige waanzin van de dag.” (p. 265)

“Hoe sterker de oorspronkelijke eigenliefde is, hoe steviger we in onze schoenen staan en hoe onafhankelijker we ons later kunnen opstellen ten opzichte van invloeden van de buitenwereld.” (p. 283)

“De wankeling tussen het verlangen om samen te vallen met de ander en te verdwijnen in hem of haar enerzijds, en het verlangen naar autonomie en dus naar de scheiding van hem of haar anderzijds, zit ingebakken in wie wij zijn.” (p. 300)

Lees ook andere boekrecensies: