10 juni 2019

Ons Geluksideaal: een nieuwe blik op een versleten idee – Carl Cederström ★★★★

Door Tabitha

Lees deze en andere boekrecensies op mijn Goodreads pagina

Waardering: 4 uit 5.

Erg interessant boek waarin Carl Cederström aan de hand van de psychologie en de hippiecultuur van de jaren ’60 laat zien hoe onze huidige opvatting van geluk ontstaan is.
Waarden als authenticiteit en zelfontplooiing zijn niet zo universeel als vaak gedacht wordt.
“Het geluksideaal is het ideaal om je ware zelf, je innerlijke potentie te realiseren, zowel in de markt als in je persoonlijk leven.” (p. 8)
Het idee ontstond dat de wereld geen slachtoffers kent en dat iedereen gelijke kansen heeft om gelukkig en succesvol te zijn, ongeacht de omstandigheden. Het is het idee van ‘the American Dream’ die bijvoorbeeld door Trump breed wordt uitgedragen en ook gepredikt wordt door Oprah Winfrey en belooft dat succes en mislukking geheel aan jezelf te danken zijn.

“Het geluk zien als een streven naar authenticiteit, gericht op een leven vol plezier en genot, is vandaag niet meer controversieel. Het is de norm geworden. Geluk is nu een individuele bezigheid- een keuze”

Carl Cederström in Ons Geluksideaal, p. 29

In de jaren ’60 zette men zich met de waarden van authenticiteit en zelfontplooing af tegen de heersende cultuur. In de huidige tijd heeft het bedrijfsleven de waarden van authenticiteit, je eigen weg gaan en het hedonisme overgenomen om op deze manier mensen nog harder te laten werken.
Ook schrijft hij hoe drugs als het middel tot geluk gezien werden, in de jaren ’60 en misschien nog steeds wel. Ook kunnen deze middelen ingezet worden om bepaalde taken te volbrengen en beter te presteren. Nog beter voldoen aan het ideaal in plaats van je ertegen te verzetten.
In de conclusie beschrijft Cederström een alternatief voor het huidige geluksideaal. Een geluksideaal waarin geluk niet langer gezien wordt als een individuele kwestie, een gemeenschap die gebaseerd is op kwetsbaarheid en verlies, zelfzucht verruild wordt voor empathie en diepere waarden als liefde, vriendelijkheid en solidariteit centraal staan.
Een ideaal dat verrassend veel lijkt op het Bijbelse ideaal van een goed leven als je het mij vraagt…

Boeiende quotes:

“Terwijl het christendom ons aanspoort om het zelf los te laten en te streven naar eenwording met God, dringt men in onze tijd er juist op aan om te streven naar eenwording met onszelf. Onze cultuur, die authenticiteit en narcisme hoog in het vaandel voert, stimuleert ons om ons ware zelf te ontplooien, in contact te komen met onze diepere gevoelens en het pad te volgen dat we voor onzelf hebben uitgestippeld.” (p. 12)

“onze tijd en cultuur gaan er ook van uit dat we geluk vinden door te werken en productief te zijn. Er wordt van ons verwacht dat we onze marktwaarde verhogen, ons leven zien als een onderneming en op een georganiseerde wijze werken aan onze toekomst. Aangezien er geen grotere zonde is dan werkloos zijn en niets schaamtevoller dan luiheid, komt geluk alleen toe aan mensen die hard werken, de juiste mentaliteit hebben en hun best doen om vooruit te komen.” (p. 12)

Het probleem van onze tijd is niet het onvermogen om te genieten, maar het onvermogen om iets anders te doen dan genieten” (p. 15)

“Zelfontplooiing was niet langer een doel op zich. Het werd meer en meer een effectief middel om rijk te worden in materiële zin en professioneel succesvol te zijn – kortom, het werd een manier om je eigen marktwaarde te verhogen.” (p. 19)

Het geluk zien als een streven naar authenticiteit, gericht op een leven vol plezier en genot, is vandaag niet meer controversieel. Het is de norm geworden. Geluk is nu een individuele bezigheid- een keuze” (p. 29)

“Wat moet je zijn als mens? Ik vraag het me weleens af en denk dan steeds: een beroemdheid” (p. 59)

“Aschoff beweert dat Oprah een van de nieuwe profeten van het kapitaal is, juist omdat ze het individualistisch zelfhulpethos verbindt aan de logica van het kapitalisme, waarin mensen, als gehoorzame spelers in het neoliberale spel, een actieve rol spelen bij hun eigen uitbuiting, terwijl tegelijkertijd wordt gedaan alsof hun handelingen perfect zijn afgestemd op hun innerlijk verlangen- als expressie van hun eigen zoektocht naar authenticiteit.” (p. 72)

“We weten allemaal dat de eerste vraag die millennials wordt gesteld bij een sollicitatiegesprek is: wat maakt jou anders dan de rest? In dit Oprah-tijdperk wordt van millennials verwacht dat ze zichzelf presenteren als assertieve individuen – jonge ondernemers met hun eigen imago die zijn getraind in het tonen van hun ‘unieke eigenschappen’. Ondertussen weten ze heel goed dat ze niet uniek zijn. Ze moeten gewoon meedoen. Hoe zouden ze zich anders kunnen onderscheiden van de massa?” (p. 75)

“Werknemers moeten tegenwoordig niet alleen doen wat er in hun contract staat, maar worden nu ook gedwongen om hun werk te zien als een kans om hun ware zelf te ontdekken. Maar als werk verandert in een abstract streven naar geluk, vragen medewerkers zich af waar ze de grens moeten trekken.” (p. 100)

Mantra’s als ‘Doe wat je leuk vindt’ en ‘Volg je hart’ maskeren veelal een meedogeloze ideologie van productie en consumptie, die non-stop doorgaat in de gezelige behagelijkheid van zorg voor jezelf en plezier. Als geluk geen mogelijkheid meer is, maar noodzaak wordt, moeten werknemers hun geluksgevoelens niet alleen rapporteren, maar ook oprecht tot uitdrukking brengen.” (p. 101-102)

“Het geluksideaal is een uitgesproken mannelijk ideaal, omdat het noties bijeenbrengt zoals jezelf zijn (zonder je al te veel zorgen te maken over anderen), streven naar genot (zoals naar bed gaan met vrouwen) en succesvol zijn in je carrière (het bereiken van machtsposities). Het is gebaseerd op zelfontplooiing, inhaligheid en het idee dat je recht hebt op bepaalde dingen. Het is een ideaal dat het beeld van de self-made man, en zijn vermogen om groot en machtig te worden, verafgoodt ten koste van anderen.” (p. 144)

Lees ook mijn andere boekrecensies: