27 oktober 2019

Grand Hotel Europa – Ilja Leonard Pfeijffer ★★★★★

Door Tabitha

Lees deze en andere boekrecensies op mijn Goodreads pagina

Waardering: 5 uit 5.
EEN MEESLEPENDE ROMAN DIE JE NIET SNEL VERGEET

Waar te beginnen met iets zinnigs te zeggen over deze fantastische, meeslepende roman..? Zoals personage Marco in de roman duidelijk maakt, moet je niet de illusie hebben om iets toe te kunnen voegen aan alle kunstwerken die al bestaan. “Alles van waarde ligt met het patina van eeuwen overtrokken in het verleden.” (p. 497).

Ik had de laatste tijd al veel gehoord en gelezen over Grand Hotel Europa (die nu ook voor de NS publieksprijs is genomineerd) en ben ook zelf in de wereld van Ilja Leonard Pfeiffer gestapt.
“Mensen hebben het nodig om zich te vergapen en te verwonderen en om zich te laten meeslepen in een avontuurlijk verhaal” (p. 496). Meeslepend was het zeker en Grand Hotel Europa kan wel degelijk een meesterwerk genoemd worden. Het is een groots verhaal van internationale allure. Pfeiffer schrijft over grootse thema’s als Europa en haar verleden en over toerisme en globalisering. Tegelijkertijd wordt het verhaal ook persoonlijk en komt het dichtbij doordat het over Ilja en (ex)vriendin Clio gaat en het verblijf van Ilja in Grand Hotel Europa nadat de relatie gestrand is (geen spoiler). Pfeiffer (zowel de auteur als het personage) heeft ook een grootste persoonlijkheid; hij is elitair, zelfbewust en gevoelig voor esthetiek. Ik heb een lijstje bijgehouden van alle fantastische en voor mij onbekende woorden die in het boek voorkwamen, zoals hautaine (hooghartig), hydriade (waternimf), encomium (lierdicht), dilettantistische neiging (amateurisme), abdicatie (afstand doen van iets). Ik heb genoten van zijn beschrijving van diverse toeristentypes en hoe hij mijmert om dit aan te bieden aan Vrij Nederland: “Ik speelde met de gedachte dat ik mijn reeks toeristentypen misschien zou kunnen verkopen aan een Nederlandse krant of een tijdschrift als Vrij Nederland, bij wijze van amusante zomerlectuur in de periode dat de redacties zaten te schreeuwen om kopij.” (p. 91)

Omdat verhalen betekenis geven aan de gebeurtenissen en omdat zonder betekenis alles zinloos wordt. Omdat je, als je het verhaal niet vindt in de willekeur, de hoop kunt opgeven dat je ooit nog iets begrijpt. Omdat we mensen zijn, en dat is wat mensen sinds mensenheugenis doen: ze vertellen elkaar verhalen. Als iets cultuur is, dan is dat het: een collectief geheugen van alle verhalen die definiëren wie wij zijn en wat het betekent dat wij mensen zijn.

Ilja Leonard Pfeijffer in Grand Hotel Europa, p. 220

Favoriete quotes:

“Als ik Venetië en alles wat er was gebeurd daadwerkelijk wilde vergeten, moest ik mij eerst alles zo precies mogelijk herinneren. Wie zich niet alles herinnert wat hij wil vergeten, loop het risico dat hij bepaalde zaken vergeet te vergeten. [..] Er is geen bestemming zonder duidelijkheid over de herkomst en geen toekomst zonder een leesbare versie van het verleden.” (p. 19)

“’Je zou de geschiedenis van Europa kunnen beschrijven als een geschiedenis van terugverlangen naar de geschiedenis.’ ‘Dat is eigenlijk de kern van de renaissance,’ zei ik. ‘Het is de kern van alles,’ zei ze.” (p. 65)

“Daarentegen kon niets destijds mijn humeur grondiger verpesten dan een confrontatie met andere toeristen. Allen hun aanblik al volstond om mij ervan te overtuigen dat ik op de verkeerde plek was, namelijk op een toeristische plek, en dat ik had gefaald in mijn heilige missie; die belangrijker was dan wat ook tijdens mijn vakantie, om toeristische plekken te mijden.” (p. 88)

“Toerisme is van alle tijden, maar het massatoerisme is een recent fenomeen dat een onderscheidend kenmerk is van onze tijd. […] Wat hiermee samenhangt, is dat mensen hun identiteit niet meer uitsluitend ontlenen aan hun werk, zoals dat tot voor kort het geval was, maar in toenemende mate ook aan de manier waarop zij hun vakanties doorbrengen. Vroeger was vakantie een rustperiode. Tegenwoordig is het een gelegenheid tot zelfprofilering die niet gemist mag worden. De tijd dat we de vakantie beschouwden als een periode van ledigheid en ontspanning is voorbij. Wanneer we op reis zijn, zijn we op zoek naar de unieke, authentieke ervaring. Daarbij treden de anderen, die eveneens op zoek zijn naar de unieke authentieke ervaring, op als stoorzender, want hun aanwezigheid is voldoende om te verhinderen dat onze ervaring uniek en authentiek is.” (p. 113-114)

“Europa is een openluchtmuseum geworden, een fantastisch historisch themapark voor toeristen. [..] De toekomst van Europa is het Europa dat nu al een realiteit is. Europa is het recreatiegebied voor de rest van de wereld.” (p. 133)

“Volgens de nieuwe, wereldwijde, cynische religie van het neoliberalisme is het niet alleen het enige zaligmakende doel om zo veel mogelijk geld te verdienen en uit te geven in een permanente, perverse hoogmis voor het consumentisme, maar geldt het bovendien als deugd om dat doel na te streven met zo min mogelijk consideratie voor de medemens. Respect voor anderen past niet bij de winnaarsmentaliteit die wij bewonderen en onderwijzen aan onze kinderen. Egoïsme is een voorwaarde voor succes. Een altruïstische ondernemer is een slechte ondernemer, en de neoliberale eredienst eist van alle gelovigen dat zij zich tot ondernemer bekeren en vol overgave in het spel storten van winnaars en verliezers waarin elke winnaar willens en wetens wint ten koste van de anderen. Dat zijn de regels. Zo wordt het spel gespeeld.” (p. 163)

“Omdat verhalen betekenis geven aan de gebeurtenissen en omdat zonder betekenis alles zinloos wordt. Omdat je, als je het verhaal niet vindt in de willekeur, de hoop kunt opgeven dat je ooit nog iets begrijpt. Omdat we mensen zijn, en dat is wat mensen sinds mensenheugenis doen: ze vertellen elkaar verhalen. Als iets cultuur is, dan is dat het: een collectief geheugen van alle verhalen die definiëren wie wij zijn en wat het betekent dat wij mensen zijn.” (p. 220)

“Mensen die zich erop laten voorstaan dat ze graag veel en ver reizen, zijn hedonistische escapisten. Ze zijn op de vlucht voor zichzelf, hoewel ze altijd zullen zeggen dat reizen hen met henzelf confronteert. En hoewel ze altijd zullen beweren dat ze dankzij hun reizen met interessante medemensen in contact komen, is hun vlucht op henzelf betrokken en egoïstisch. Ze vinden hun eigen sensatie van vrijheid belangrijker dan leven in verbondenheid met hun naasten in hun omgeving. De verslavende prikkel om zich ontheemd te weten stellen zij boven verantwoordelijkheid voor de plek waar ze geworteld zijn.” (p. 232)

“Ik heb al jong geleerd dat Amerika geen land is om arm in te zijn. Het is het land van de Amerikaanse droom, wat wil zeggen dat het zich identificeert met winnaars. Als de officiële filosofie is dat iedereen die zijn best doet zich naar de top kan knokken, betekent dat dat degenen die de top niet bereiken hun best niet hebben gedaan. Die verdienen geen mededogen, maar onverschilligheid. Het competitieve systeem creëert verliezers, maar die zoeken het verder zelf maar uit. Als succes een keuze is, is falen je eigen schuld.” (p. 281)

“Het was zomer. Augustus drong zich op als een vonnis dat, hoezeer ik ook had getracht het te verdringen, op de vastgestelde datum zou worden uitgesproken.” (p. 341)

“Ze had het plan niet als een plan gepresenteerd, maar als een onfeilbaar pauselijk uitvoeringsdecreet, en de bestemming als het in de geloofsleer eenduidig en ondubbelzinnig geïdentificeerde paradijs. Mijn eventuele mening hierover was even irrelevant als de persoonlijke opvattingen van een misdienaar over een encycliek.” (p. 342)

“Het wordt zinloos zonder verhalen. Zin bestaat uit zinnen. De woorden die het verhaal vertellen, leggen een geruststellend verband van oorzaak en gevolg over de lukrake feiten en gebeurtenissen. Mensen snakken naar plot omdat een plot de ondragelijke en onbehapbare chaos in het ondermaanse reduceert tot de menselijke maat en tot een keten van initiatieven en consequenties die een mens vermag te bevatten. Een plot geeft een idee van controle, herkomst en bestemming, oorsprong en richting.” (p. 370)

“Maar terwijl de modernisering van Grand Hotel Europa zich onontkoombaar als de langzaam stijgende zeespiegel aan ons opdringt, kan ik mijn fascinatie voor zijn luisterrijke verleden niet smoren.” (p. 415)

“Maar om die omslag in het denken te bereiken moet allereerst het besef doordringen dat massatoerisme een bedreiging vormt. In plaats van dat besef heerst vooralsnog de misvatting dat het een verdienmodel is. Toerisme wordt niet bestreden, maar gestimuleerd. Over een paar decennia zal men hierop terugkijken met hetzelfde ongeloof waarmee men thans oude advertenties beziet die het roken om gezondheidsredenen aanprezen. Misschien mag ik de hoop koesteren dat uw boek een bijdrage zal leveren aan het bewustwordingsproces.” (p. 450)

“Maar ik merk dat ik daar steeds meer moeite mee krijg naarmate ik ouder word, meer gezien en gelezen heb en meer en meer begrijp hoeveel naïviteit ervoor nodig is om in de illusie te geloven dat ik iets van waarde zou kunnen toevoegen aan alle kunstwerken die al bestaan. Die naïviteit had ik vroeger wel, maar ben ik nu kwijtgeraakt. Dat is rijping. Dat is vooruitgang. Daarmee moet je mij feliciteren.” (p. 466)

“Venetië was betekenisloos geworden zonder Clio. Zonder haar was er geen reden meer om te proberen mij daar thuis te voelen. Mijn verblijf in de stad was net zo ongegrond en oppervlakkig geworden als dat van al die miljoenen anderen bezoekers. Ik was een toerist geworden.” (p. 538)

Lees ook mijn andere boekrecensies: