5 augustus 2020

Gouden Bergen- Doortje Smithuijsen ★★★★

Door Tabitha

Lees deze en andere boekrecensies op mijn Goodreads pagina

[rating stars=”4.0″]

VERPLICHTE KOST VOOR ELKE MILLENNIAL

Journalist en filosofe Doortje Smithuijsen neemt je op een pakkende manier mee in de wereld van influencers en Instagram.
Ze portretteert verschillende meisjes en vrouwen (er zijn maar weinig mannen die dit werk doen) die hun tijd, energie en identiteit volledig in dienst stellen van Instagram.
Met tassen kleding op stap om zo Instagramwaardige foto’s te maken in de hoop volgers te trekken en samenwerkingen met merken aan te gaan; Een gescheiden moeder die een nieuw leven moet opbouwen en naar haar Instagramprofiel kijkt om erachter te komen wie ze is. De grens tussen identiteit en merk vervaagt en een groot deel van het leven van deze influencers speelt zich online af, in “een geïdealiseerde, gestroomlijnde versie van de werkelijkheid” (p. 66) waarin je kunt zijn wie je wilt zijn.

Bron: https://www.debezigebij.nl/boeken/gouden-bergen/
“Het algoritme van Instagram zou je kunnen zien als een eenentwingtigste-eeuwse, digitale versie van de wil van God. Niemand begrijpt precies hoe het werkt, en hoe je kan zorgen dat het in je voordeel uitvalt. Ondertussen is iedereen als de dood om aan de verkeerde kant van het algoritme terecht te komen, of per ongeluk dingen te doen die door het algoritme worden afgestraft. Om die angst te bezweren heeft iedereen zijn eigen maniertjes bedacht – moderne rituelen, zelfbedachte bezweringsmethoden – om bij het algoritme in het voordeel te komen. Maar of die maniertjes echt zin hebben, weet niemand.”
Doortje Smithuijsen
Gouden Bergen, p. 59-60

Iemand als Kim Kardashian vormt hét rolmodel van iemand die beroemd is vanwege het beroemd zijn en door van zichzelf een merk te maken.
Smithuijsen loopt een jaar lang mee met deze meiden en geeft een intrigerend kijkje achter de schermen van de influencerwereld. Ook weet ze verschillende grote spelers uit de influencermarketingwereld te spreken te krijgen. Dit geeft een ontluisterend beeld van de influencer-industrie waarin marketeers focussen op de cijfers en iemand inzetten met zoveel mogelijk volgers om een zo groot mogelijk publiek te bereiken aan de ene kant en jonge meisjes die graag gezien en bewonderd willen worden en snel geld hopen te verdienen aan de andere kant.
Influencers zijn vooral bezig met het bezoeken van events waarbij ‘Instagrammable’ eten is en waarbij de influencers op de foto gaan met de producten van een bepaald merk. Dit wordt vervolgens met de van tevoren afgesproken hashtag op Instagram geplaatst en hun volgens worden aangespoord om het product ook aan te schaffen.
Het boek is een fijne afwisseling tussen de belevenissen van de ‘personages’ die Smithuijsen volgt en haar (filosofische) reflectie daarop.
Smithuijsen is erop gebrand om zo neutraal mogelijk te blijven, waardoor de reflecties soms een spade dieper hadden kunnen gaan wat mij betreft.
Wel weet ze ‘de digitale generatie’, de millennials, goed te duiden en geeft ze inzicht in wat hen drijft. Ze duidt wat het betekent om sinds de komst van de fotografie ervaringen te kunnen bewaren en verzamelen, waarom ‘de digitale generatie’ zo graag gezien en beroemd wil worden en welke rol de opvoeding en ‘curlingouders’ daarbij spelen.
Een ongelofelijk interessant boek dat ik ook aan kan raden om te lezen in combinatie met No Filter: The Inside Story of Instagram van Sarah Frier.

“Influencers zijn de verpersoonlijking van enorme veranderingen die zich razendsnel maar toch relatief onopgemerkt voltrekken: de focusverschuiving van realiteit naar online; van het vooropstellen van de maatschappij naar het vooropstellen van het individu; van het werken voor een bedrijf naar het tot bedrijf maken van jezelf. Ze staan voor de nieuwe generatie die zich vooral bezighoudt met haar digitale imago, met ervaren om te delen, met zo snel mogelijk opklimmen op de ladder van meetbaar succes. Influencers zijn mensen die zichzelf letterlijk vormgeven: online vinden ze hun persoonlijkheid en verschijningsvorm constant opnieuw uit, met hulp van filters, make-up, hashtags en tekstjes onder hun foto’s. Alles om zichzelf zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor volgers en online adverteerders. De echte wereld, die is secundair” (p. 13-14)

“Loop een willekeurig schoolplein op en vraag de kinderen daar wat ze willen worden – grote kans dat velen van hen zullen zeggen: vlogger, YouTuber, influencer. Ze kijken nauwelijks naar iets anders dan naar YouTube en Instagram – een hele generatie groeit op met socialemediamagnaten als helden. Waar twintig jaar geleden nog posters van muzikanten of filmsterren aan de muur hingen in een kinderkamer, hangt daar nu Enzo Knol.” (p. 16)

“Voor wie niet verder kijkt dan wat hij krijgt voorgespiegeld op zijn telefoonscherm, wordt het doel van het leven gereduceerd tot een plat, vierkant ideaalbeeld; een schoonheidsideaal dat heel concreet kan worden afgemeten aan het aantal likes en volgers dat het oplevert. Een foto in Amsterdam werkt wel, een foto in Bergen op Zoom niet. Een serieus kijkende foto werkt niet. Een duckface werkt wel. Een vakantie naar Bali werkt beter dan een vakantie naar Praag. Voor wie zijn leven deels leeft via het scherm van een smartphone, wordt het doel van het leven langzaam maar zeker omgevormd tot het maken van een bepaalde foto. Maar waarom je die foto wil maken, weet je dan doorgaans ook niet zo goed.” (p. 42)

“Ze [een 21-jarig meisje uit Utrecht met 19.000 volgers] was altijd al bezig met kleren aanpassen voor de spiegel, en nu kon ze dat spiegelbeeld delen met de rest van de wereld. Dat veel van haar echte vrienden haar ontvolgden op Instagram, omdat ze niet elke dag een nieuwe foto van haar wilden zien, boeit haar niet zo. ‘Nu heb ik een duidelijke identiteit. Ik kan mijn Instagram laten zien, en zeggen: dit ben ik.’ Ze deelt veel online polls waarbij haar volgers kunnen stemmen over wat ze aan moet trekken – ‘Biker shorts: yay or nay? Printed T-shirts: yay or nay? ‘Zo weet ik altijd wat mijn volgers leuk vinden,’ verklaart ze. Nee, die volgers kent ze natuurlijk niet persoonlijk. ‘Maar door hen ken ik mezelf wel beter'” (p. 43)

“waar de babyboomers hun vrijheid tot zelfontplooiing nog moesten verwerven en vormgeven, was die voor millennials een onontkoombaar gegeven. Ze accepteerden de focus op het individu zoals een vis water accepteert; als iets volstrekt vanzelfsprekends, als onbetwistbare status-quo. Doordrongen van de vermeende kracht van het individu en de maakbaarheid van de mens haalden onze ouders het in hun hoofd dat wij speciaal waren. We mochten kiezen op welke sport we wilden – voetbal, paardrijden, flamencodansen of jiujitsu – en vervolgens stonden onze ouders altijd aan de kant te applaudisseren. We raakten doordrongen van het idee dat we recht hadden op individuele vrijheid en succes. Op medailles en stickers bij ons huiswerk” (p. 50)

“Er is een moment geweest, en ik weet niet meer precies wanneer, dat ik me bewust werd van het idee van weinig en veel eten, en daarop de stempels van respectievelijk goed en slecht ging drukken. Dat was niet per se een keuze, of iets wat me werd opgedrongen: het gebeurde gewoon. [..] Ineens werd eten niet meer simpelweg een fijne bezigheid, maar iets wat je – net als ongeveer al het andere – kon kwantificeren. Natuurlijk, je kon eten wat je wilde, zolang het maar niet te veel was.” (p. 57-58)

“Soms lijkt het alsof de digitale generatie is opgegroeid in twee parallelle universums tegelijk. Enerzijds in een wereld waarin we hoe dan ook speciaal en bijzonder waren, en waarin je ouders altijd stonden te klappen. Anderzijds in een wereld waarin we steeds werden beoordeeld in de vorm van cijfers.” (p. 58)

“Het algoritme van Instagram zou je kunnen zien als een eenentwingtigste-eeuwse, digitale versie van de wil van God. Niemand begrijpt precies hoe het werkt, en hoe je kan zorgen dat het in je voordeel uitvalt. Ondertussen is iedereen als de dood om aan de verkeerde kant van het algoritme terecht te komen, of per ongeluk dingen te doen die door het algoritme worden afgestraft. Om die angst te bezweren heeft iedereen zijn eigen maniertjes bedacht – moderne rituelen, zelfbedachte bezweringsmethoden – om bij het algoritme in het voordeel te komen. Maar of die maniertjes echt zin hebben, weet niemand.” (p. 59-90)

“De opkomst van reality-tv veranderde de manier waarop we keken naar onszelf en de wereld om ons heen. Niet langer was wat je zag op tv een droomwereld – een studio, een afgebakend terrein waarop alleen acteurs en presentatrices werden toegelaten. Met reality-tv werd de gewone wereld ineens een mogelijk decor voor tv-optredens.” (p. 95)

“Eigenlijk is het zo dat iedereen die met influencers werkt, een ontzettende hekel heeft aan influencers,’ zegt het meisje dat lang bij het agentschap werkte. Zelf is ze geen uitzondering. ‘Ze zijn heel ondankbaar, heel arrogant. Ze denken dat ze BN’ers zijn omdat ze veel volgers hebben. Ze komen veel te laat op evenementen, snaaien dan de hele boel leeg, gaan naar huis met honderden euro’s aan spullen, en posten er vervolgens niet eens een foto van.’ Vandaar dat agentschappen de influencers met wie ze samenwerken zo strak houden, zegt ze. Elke afspraak en elke belofte wordt zeker vijf keer gecommuniceerd en op de mail gezet. ‘Het is vaak meer alsof je voor een kinderopvang werkt.’ (p. 123)

“Er is waarschijnlijk geen betere illustratie voor de paradoxale wereld waarin de digitale generatie is opgegroeid, dan sociale media: de opzichtige samensmelting van het idee van uniek en speciaal zijn enerzijds, en het moeten voldoen aan een meetbare standaard anderzijds. Je creëert eerst een versie van jezelf die zo fantastisch en benijdenswaardig mogelijk is, en probeert vervolgens op te boksen tegen alle anderen, die precies zo’n versie van zichzelf hebben gecreëerd. Het is het recept voor een oneindig verlangen naar meer bevestiging; het startschot van een wedstrijd die nooit eindigt. ” (p. 130)

“De wereld is ‘bestelbaar’ geworden, zegt Heidegger: alles staat klaar om de technologie van dienst te zijn. Alles om ons heen wordt op waarde geschat aan de hand van het doel dat het kan dienen – iets dat ons niet verder kan brengen, is waardeloos. Dat geldt voor dingen, maar net zo goed voor mensen: wie het appèl van de vooruitgang niet kan beantwoorden, wie niet kan bijdragen aan de constante ontwikkeling van de wereld om hem heen, wordt gezien als ‘ongeschikt’ en niet waardevol- diegene heeft niet of nauwelijks menselijk kapitaal.” (p. 176)

“Misschien zijn influencers eigenlijk meer onder invloed van hun volgers dan andersom. Zij moeten zich constant in bochten wringen om in de gratie te blijven van het onbegrijpelijk algoritme en de manier waarop de digitale massa daardoor wordt opgezweept. Ze passen hun vakantiebestemmingen, vrijetijdsbesteding, kleding en imago aan aan wat adverteerders van hen vragen, naar wat het beste scoort online. Om influencer te worden, kortom, moet de influencer vooral zichzelf influencen.” (p. 178)

“Toen ik begon met dit onderzoek had ik nog het idee dat de influencers die ik zou gaan volgen in hun gedragingen, doelen en beweegredenen heel ver van mij af zouden staan. Dat die types zo bezig waren met online succes en een digitaal imago fundamenteel andere mensen waren dan ik. Inmiddels zie ik het anders: influencers zijn, net als ik, kinderen van deze tijd, die de mogelijke middelen aangrijpen om dat beloofde leven waarin ze alles kunnen doen en worden wat ze willen te realiseren. We zijn allemaal bezig onszelf zo veel mogelijk te optimaliseren. We sporten om gezond te blijven, om beter te kunnen werken, om zo veel mogelijk doelen te behalen. En de vraag of we wel of niet succesvol zijn, laten we beantwoorden door cijfers die we te zien krijgen op de schermen om ons heen.” (p. 191)

“De ‘winnaars’ van de sociale media zijn kortom de mensen die zich het beste aanpassen aan wat er online van ze wordt gevraagd, en zo min mogelijk nadenken over hoe hun ‘echte’ persona zich verhoudt tot hun digitale evenbeeld. Het zijn mensen die er niet bij stilstaan waarom ze op Instagram willen bestaan, maar daar simpelweg bestaan.” (p. 202)