13 september 2020

Het Nieuws: een gebruiksaanwijzing – Alain de Botton ★★★

Door Tabitha
3.5/5

Alain de Botton, oprichter van The School of Life, schrijft met Het Nieuws een filosofische gebruiksaanwijzing.
Tijdens de maanden dat ik in de journalistiek werkte heb ik dit boek met veel plezier gelezen en bood het een waardevolle reflectie op het nieuws.
Naast het lezen van dit boek heb ik ook erg genoten van de serie Kijken in de ziel van Coen Verbraak waarin hij in gesprek ging met journalisten.
Het heeft me laten nadenken over hoe objectief het nieuws is, waarom het huwelijk van een BN’er interessanter wordt gevonden dan een oorlog in bijv. Ghana en hoe ook fotografie een rol speelt bij hoe het nieuws gebracht en vervolgens geïnterpreteerd wordt.

Telkens op de hoogte zijn van het nieuws maakt vaak onrustig en leidt af. De Botton noemt het een ‘cognitieve zwakte’, we denken meteen dat wat nieuw is ook belangrijk moet zijn (p. 251):
“Wat een prestatie is een moment van rust tegenwoordig, wat een klein wonder is het als je in slaap kunt vallen of ongestoord me een vriend kunt praten – en wat een monnikendiscipline zou ervoor nodig zijn om een dag lang de maalstroom van het nieuws links te laten liggen en alleen maar naar de regen en je eigen gedachten te luisteren” (p. 18)

Bron: https://www.bol.com/nl/p/het-nieuws/9200000024800804/
"Nooit benijden we andermans succes meer dan wanneer we heel weinig weten over hoe het is bereikt" (p. 173)
Alain de Botton
In Het Nieuws, p. 173

De Botton bespreekt verschillende soorten nieuws en gaat in op politiek, wereldnieuws, economie, beroemdheid, rampspoed en consumptie.

Het nadeel van hoe het nieuws werkt is dat de lezer even kort in een willekeurig moment van een langdradig verhaal wordt onder gedompeld, om er vervolgens weer uitgetrokken te worden zonder enige uitleg van het grotere verband waarin de gebeurtenissen plaatsvinden.
Zo missen we het perspectief en grotere verhaal. De ‘nieuwsconsument’ is snel verveeld en vormt een mening op basis van wat vaak de helft van het verhaal is. Sowieso wordt het hebben van een mening vaak hoger gewaardeerd dan goed geïnformeerd zijn, zeker als het over platforms als Twitter gaat.

Ook wijst de Botton erop dat het verstrekken van feiten en objectieve informatie vaak gezien wordt als het hoogst haalbare binnen de journalistiek. Maar het probleem is niet dat er te weinig feiten worden opgenomen, maar dat we niet weten wat we met die feiten moeten en duiding dus ontbreekt.

De Botton slaat de spijker op zijn kop wanneer hij wijst op de moderne paradox: “Juist nu onze samenlevingen een fase van ongekende complexiteit hebben bereikt, verwachten we ongeduldig dat ieder aanzienlijk onderwerp drastisch gecomprimeerd kan worden.” (p. 30)

Deze gebruiksaanwijzing bij het nieuws heeft me aan het nadenken gezet over de waarde van het nieuws en het belang van telkens op de hoogte te willen zijn van het nieuws. Wat vertelt het nieuws wel en wat vertelt het niet? Het nieuws is vluchtig en is gefixeerd op de waan van de dag. Is het niet ook belangrijk om een historisch bewustzijn te ontwikkelen en te zien dat onze nieuwtjes relatief zijn? Soms is het ook goed om, naast alle ellende en rampspoed, ook te horen dat 2020, in het licht van de wereldgeschiedenis, nog altijd een prachtige tijd is om in te leven van ongekende welvaart en gezondheid.

Over het nieuws en religie:
“In de ontwikkelde economieën neemt het nieuws nu een positie in die minimaal even machtig is als de positie die vroeger door religie werd bezet.
De berichtgeving volgt met griezelige precisie de canonieke uren: het morgengebed is omgezet in het ontbijtjournaal, de vespers zijn het avondbulletin geworden.
Maar het nieuws houdt niet alleen een godsdienstachtig rooster aan. Het vraagt ook van ons dat we het benaderen met iets van de eerbiedige verwachtingen die vroeger ten opzichte van het geloof werden gekoesterd. Ook hier hopen we openbaringen te krijgen, erachter te komen wie goed is en wie kwaad, lijden te begrijpen en de zich ontvouwende logica van het bestaan te doorgronden. En ook hier kunnen we van ketterij worden beschuldigd als we weigeren mee te doen aan de rituelen. (p. 12)

“Voordat godsdiensten in ons bewustzijn werden verdrongen door het nieuws, stond de taak om ons op de dood voor te bereiden in het centrum van hun collectieve missie. De behoeften en angsten die we ooit meenamen naar de kerk zijn in het seculiere tijdperk niet verdwenen: nog altijd worden we met betrekking tot de sterfelijkheid gekweld door zorgen en het verlangen naar troost. Maar deze gevoelens worden in het openbaar zelden besproken en plagen ons dus in de kleine uurtjes terwijl tijdens de praktische en functionele delen van de dag het nieuws met krankzinnige ijver onze aandacht blijft vestigen op de net ontdekte kankerbestrijdende eigenschappen van bosbessen en een theelepel walnootolie per dag.” (p. 221)

“Uit angst om andere culturen overdreven lof toe te zwaaien of te denigreren, kiest het voor het compromis van de permanent neutrale toon en laat nooit enige verwondering blijken over het doen en laten in de uithoeken van de wereld waaruit het verslag doet. Het lijkt nooit verbaasd over waar het is; het aanvaardt gewoon zonder bevreemding of expliciet commentaar dat het een verhaal stuurt vanuit een land waar de bruid de bruidegom op hun trouwdag een geit aanbiedt, [..] niets van dit alles is blijkbaar interessant als het nieuws zich ook kan richten op de waarschijnlijke rol van de premier bij een geval van financieel wanbestuur.” (p. 99)

Over fotografie:
“We zijn het gevoel helemaal kwijtgeraakt dat fotografie een medium is dat informatie kan overbrengen, dat het een kracht is die een cruciale rol kan spelen bij het tonen van een reëel beeld van een planeet waarvan we steeds maar arrogant en onbezonnen blijven aannemen dat we hem al zo goed kennen.” (p. 124)

Over beroemdheden:
“We moeten de betere beroemdheden niet meer als magische verschijningen behandelen die alleen maar geschikt zijn voor passieve bewondering en heimelijke nieuwsgierigheid. We moeten ze als casestudy’s behandelen om goed over na te denken en grondig te ontleden met in het achterhoofd de basisvraag: Wat kan ik overnemen van deze persoon? De interesse die zich op het ogenblik vastklampt aan details over de kleding of het menu van een beroemdheid zou zich op het project ‘persoonlijke groei’ moeten richten.” (p. 165)

“Nooit benijden we andermans succes meer dan wanneer we heel weinig weten over hoe het is bereikt” (p. 173)
“Het nieuws zou ons ook moeten helpen door ons de statistische realiteit in herinnering te brengen. De bijlagen mogen misschien voortdurend gevuld zijn met succesverhalen, succes zelf zal altijd een grote uitzondering blijven: van vele miljoenen mensen zullen niet meer dan een paar duizend het bereiken.” (p. 174)

“We laten ons voorstaan op de technologische uitvindingen waardoor miljoenen boeken, films en afbeeldingen vrijwel onmiddellijk en vaak voor weinig geld beschikbaar zijn. Maar beschikken over een duizelingwekkende keur aan werken blijkt iets heel anders te zijn dan weten aan welke werken we iets zouden kunnen hebben. Tot nu toe hebben we alles gedaan om kunst bereikbaar te maken, maar hoe we mensen aan de voor hen zinvolste werken kunnen helpen, daar hebben we ons nog amper mee beziggehouden.” (p. 238)