23 december 2021

‘Richting Kerst zonder kopen en kerk’ – artikel in Nederlands Dagblad (23-12)

Door Tabitha
Deze kerstdagen worden dus net als vorig jaar dagen zonder kerstinkopen en zonder kerst(nacht)diensten. Toch is dit misschien wel meer een zegen dan een vloek. [..] Socioloog Herbert Spencer vermoedde terecht dat de vormende waarde van één preek en een paar liederen op zondagochtend niet opweegt tegen het bombardement van prikkels waarmee het consumentisme onze verlangens dag in dag uit beïnvloedt. Soms nemen de kleinste dingen de meeste ruimte in je hart in, zo schrijft A.A. Milne al in Winnie de Poeh.
Tabitha van Krimpen
Jonge Theoloog des Vaderlands

Richting Kerst zonder kopen en kerk: wie ben ik zonder kopen en consumeren?

Met de nieuwe lockdown is het moeilijk om niet somber te worden, maar misschien kan een Kerst zonder kopen en kerk behalve een vloek ook een zegen zijn.

Ik fiets op zondagmiddag door de stad. De nieuwe lockdown is net van kracht. De winkelstraten liggen er verlaten bij. Nog geen vierentwintig uur geleden was dat beeld heel anders. Een enorme mensenmassa slingerde door de smalle straten. Gretig en ongeduldig bewogen de vele mensen zich voort om nog snel hun kerstinkopen te kunnen doen. Een groot contrast, en ik denk aan de vele ondernemers die zich grote zorgen maken over hun misgelopen omzet en de toekomst. Toch kan een Kerst zonder kopen wellicht ook een zegen zijn. 

nieuwe religie

Hoogleraar Herman Paul schrijft in zijn boekje Shoppen in advent hoe consumentisme een nieuwe religie is geworden, misschien wel een van de meest overtuigende religies die er zijn. Consumentisme leert mensen hun identiteit en sociale relaties vorm te geven door middel van consumptie. De grootste overeenkomst tussen consumentisme en het christendom is dat ze mensenlevens vormen door verlangens te triggeren, zo betoogt filosoof James Smith. 

Wanneer ik door de winkelstraat loop, wordt een beroep gedaan op mijn verlangens. Ik zie een Chanel-reclame met een knappe actrice die me toefluistert dat ik het parfum móét hebben als ik net zo mooi en succesvol wil zijn als zij. De reclame doet een appèl op mijn hart en mijn verlangen naar schoonheid, welvaart en geluk. 

We leven in een economy of desire, een economie waarin verlangens centraal staan en het liefst zo snel mogelijk bevredigd moeten worden: vandaag besteld, morgen in huis.

Niet alleen de winkelstraat, maar ook de kerk doet een beroep op menselijke verlangens. Het is de kerk waar in navolging van Augustinus de mens hopelijk erkend wordt als verlangend wezen, verlangend naar God. ‘Rusteloos is ons hart totdat het zijn rust vindt in u’, zo luidt Augustinus’ bekendste uitspraak. Door het zingen van een lied (‘Ere zij God’), het aansteken van een kaars en het klinken van het Woord, kan in de kerk het verlangen naar God worden gevoed.

Het onderscheid tussen kopen en consumentisme als vloek en de kerk als zegen is niet zo zwart-wit als het lijkt. 

Enerzijds komt kopen in veel gevallen niet enkel voort uit hebberigheid, maar is het ook vaak een sociaal ritueel. Kerstcadeautjes worden gekocht voor dierbaren en zijn een liefdestaal om waardering over te brengen. Anderzijds stopt het consumentisme vaak niet voor de kerkdeur. Ook het geloof wordt niet zelden aangeprezen als een spiritueel consumptieartikel, een product dat je gelukkiger zal maken. De zondagse dienst moet dan het hoogtepunt zijn van de geloofsbeleving.

Nu ook de kerkdiensten vrijwel alleen nog online mee te maken zijn, is dit consumentisme eerder toe- dan afgenomen.  Alles is mogelijk en je kunt meekijken met welke dienst en welke voorganger je ook maar wilt. Ook ik merk dat het makkelijk en verleidelijk is om de online kerkdienst na afloop te verwisselen voor een Netflix-serie.

mogelijkheden

Hoezeer ik ook de pijn deel van kerken die de deuren voor de diensten moeten sluiten, wellicht biedt dit ook mogelijkheden voor de kerk. Vaak zien we de zondagochtend als hét moment waarop het verlangen naar God gevormd wordt. Nu die zondagse dienst niet meer fysiek kan plaatsvinden, nodigt dat ons uit om na te denken over de relevantie van het geloof en kerk-zijn gedurende de hele week. Hoe worden onze verlangens gevormd door zowel kopen als kerk? Hoe kunnen we als kerk een beroep doen op andere verlangens, verlangens naar God, naar heelheid, naar écht gezien worden? De door Herman Paul aangehaalde socioloog Herbert Spencer vermoedde terecht dat de vormende waarde van één preek en een paar liederen op zondagochtend niet opweegt tegen het bombardement van prikkels waarmee het consumentisme onze verlangens dag in dag uit beïnvloedt. Soms nemen de kleinste dingen de meeste ruimte in je hart in, zo schrijft A.A. Milne al in Winnie de Poeh.

wie ben ik?

Deze kerstdagen worden dus net als vorig jaar dagen zonder kerstinkopen en zonder kerst(nacht)diensten. Toch is dit misschien wel meer een zegen dan een vloek. Zonder kopen komen we erachter in hoeverre onze verlangens gevormd worden door wat we in de winkelstraat voorgespiegeld krijgen. Ook worden we uitgenodigd om na te denken over de vraag: wie ben ik zonder kopen en consumeren? 

relevantie

Zonder zondagse kerkdiensten worden kerken uitgedaagd om na te denken over hun relevantie los van die vanzelfsprekende bijeenkomsten. Ik hoop dat de kerkelijke aanwezigheid zich niet beperkt tot zondagochtend, maar dat kerken nu de hele week hun deuren openen. Om present te zijn in de samenleving, andere verlangens te voeden en een tegengeluid te laten horen. 

Om te vertellen over het Koningskind, geboren in Bethlehem. God zelf werd mens en lag in een voederbak. Hij werd klein, liep later rond tussen de mensen en ging met hen in gesprek. Van onderop, zo zou je kunnen zeggen. 

Mijn verlangen is dat dit verhaal mag klinken deze kerstdagen waarbij we het moeten doen zonder kopen en zonder kerk.

Lees ook:

Exclusief interview met Rob Bell @Holy Hub

Exclusief interview met theoloog, denker en creatieveling Rob Bell over zijn nieuwste boek ‘Everything is Spiritual’, over materialisme, spiritualiteit, kwantumfysica en nog veel meer.