19 februari 2022

Opinie-artikel Nederlands Dagblad ‘Zeven vinkjes doen ook in de kerk hun werk’

Door Tabitha

Het Nederlands Dagblad vroeg mij te schrijven over ‘De zeven vinkjes’ van Joris Luyendijk en de kerk. Dit opinie-artikel verscheen in de krant van za 19 feb ’22.

"Elkaar de maat nemen en vinkjes tellen is een heilloze weg. Mensen zijn zoveel meer dan de oppervlakkige hokjes en vakjes waar we elkaar graag in stoppen. Daarom gaan ook de vinkjes van Luyendijk een keer mank, denk ik. Ook zijn inzichten zijn, net als die van mij, niet nieuw. De vraag is echter, wat doen we ermee? Durven we de 'open geloofsgemeenschap' meer te laten zijn dan een statement op de website? Durven we ook echt onze comfortabele zone op te rekken en keuzes te maken waardoor er ruimte komt voor meer diversiteit, meer generaties en meer perspectieven? Want de toekomst van de kerk gaat over ons allemaal, hoeveel en welke vinkjes je ook hebt."
Tabitha van Krimpen
Jonge Theoloog des Vaderlands

Volledige tekst

In ‘De zeven vinkjes‘ betoogt Joris Luyendijk dat mannen als hij beschikken over ‘zeven vinkjes‘ en zich daardoor zonder grote obstakels door het leven bewegen en op hoge posities terechtkomen. In de kerk gebeurt ook zoiets.

De vinkjes van Luyendijk zijn: man, wit, hetero, minstens één hoogopgeleide ouder, minstens één in Nederland geboren ouder, een vwo-diploma en een diploma van de universiteit. Deze vinkjes werken niet alleen in de samenleving als geheel, maar werken ook door in de kerk. Wie er wel of niet mee mag praten en beslissen als het gaat over de kerk en haar toekomst, laat zich vatten door de volgende vinkjes:

  1. onbeperkte beschikbaarheid

De functies in de vele commissies en besturen binnen de Protestantse Kerk zijn op vrijwillige basis en vaak voor een vaste periode. De liefde voor de kerk zou genoeg moeten zijn om vele avonden te vergaderen, bijna altijd beschikbaar te zijn en andere verplichtingen uit handen te kunnen laten vallen. Hoewel er niks mis is met vrijwilligerswerk, vallen bijvoorbeeld ouders met jonge kinderen of mantelzorgers buiten de boot. Door te beginnen bij de talenten en ervaring van de gemeenteleden kan meer recht gedaan worden aan de verschillende mensen, levensfasen en contexten waarin zij zich bewegen.

2. senioriteit

Om bijvoorbeeld synodelid te kunnen worden, moet je in allerlei commissies gezeten hebben. Zo wordt onbevangenheid en kritisch geluid weg geselecteerd. Mooi voorbeeld is de Evangelische Kirche in Deutschland waar de 26-jarige Anna Nicole Heinrich praeses van de synode is.

3. netwerk

Om aan tafel te zitten met de mensen die de beslissingen nemen over de toekomst van de kerk, moet je de juiste mensen kennen en ben je afhankelijk van hun goodwill. Luyendijk zei in deze krant (11 februari): ‘Ik heb veel mensen met twee of drie vinkjes gesproken. Dan vroeg ik hen: hoe heb jij je weg gevonden? Steevast luidde het antwoord: er was een man of vrouw zoals jij die in mij geloofde, die mij introduceerde in zijn netwerk en die het risico van mijn benoeming op zich nam.’

4. assertiviteit

Vaak hoor ik verhalen van hoe je als actieve jongere heel vaak je hand op moet steken in de kerk en van je moet laten horen om mee te kunnen praten en doen. Als je eenmaal opgemerkt wordt en jezelf bewezen hebt, word je ineens wél voor allerlei functies gevraagd. Wat zou het mooi zijn om bijvoorbeeld een tiener die al jaren naar het jeugdwerk komt te vragen om zelf een avond te organiseren. Anderen actief stimuleren om hun talenten verder te ontwikkelen is erg belangrijk, denk ik. Daarbij is het geven van ruimte essentieel om het wellicht op een andere manier te doen dan gebruikelijk. In plaats van dat vertrekkende commissieleden een nieuw lid aanleveren, zoals nu vaak het geval is, is het beter om open en eerlijke sollicitaties te houden. Geen ‘ons kent ons’, maar nieuwe mensen met wellicht een frisse blik die zo een kans krijgen om bij te dragen.

5. belijdend lid

Standaard functie-eis bij de PKN is dat je belijdend lid moet zijn. Wetende dat van de belijdende leden van de PKN slechts 8 procent jonger is dan 40 jaar, zal dit kleine aandeel jonge mensen zich ook doorvertalen naar de organisatie. Daarnaast kan een kerk die in haar beleidsnotitie zegt ‘betekenisvol in de samenleving te [willen] staan, te midden van 17 miljoen Nederlanders’ niet zonder het ‘buitenperspectief’. Zorg dat er in de organisatie genoeg kritische stemmen zijn die een afspiegeling vormen van de 17 miljoen Nederlanders waarvoor de kerk ook bestaat.

6. hoogopgeleid

Kennis van de kerkorde, meester in de rechten, wo-niveau, zo wordt gevraagd in recente vacatures van de PKN. De kerk heeft vooral denkers nodig, zo lijkt het. Toch heeft de kerk behalve vergadertijgers ook doeners nodig, creatievelingen met ideeën, oog voor schoonheid en andere kwaliteiten waar de kerk zoveel mooier en veelkleuriger door wordt.

7. ‘onze’ kerkcultuur

Deze ‘vinkjes‘ zijn niet compleet en vaak heeft iedere kerk ook weer haar eigen ‘vinkjes‘ waaraan voldaan moet worden om mee te kunnen doen. In vrijwel alle kerken zijn er heilige huisjes, zowel aan de linker- (‘geloof jij nog in de zesdaagse schepping?’) als rechterkant (‘belijdenis doe je omdat het hoort’). Toch is elkaar de maat nemen en vinkjes tellen een heilloze weg. Mensen zijn zoveel meer dan de oppervlakkige hokjes en vakjes waar we elkaar graag in stoppen. Daarom gaan ook de vinkjes van Luyendijk een keer mank, denk ik. Ook zijn inzichten zijn, net als die van mij, niet nieuw. De vraag is echter, wat doen we ermee? Durven we de ‘open geloofsgemeenschap’ meer te laten zijn dan een statement op de website? Durven we ook echt onze comfortabele zone op te rekken en keuzes te maken waardoor er ruimte komt voor meer diversiteit, meer generaties en meer perspectieven? Want de toekomst van de kerk gaat over ons allemaal, hoeveel en welke vinkjes je ook hebt.

Lees ook: